ECLI:NL:RBROT:2009:BI9931
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verjaring en beoordeling medisch onzorgvuldig handelen bij vertraagde diagnose hartaanval
In deze civiele zaak vordert eiseres erkenning van aansprakelijkheid van cardiologen en ziekenhuis voor medisch onzorgvuldig handelen bij vertraagde diagnose van een hartaanval in augustus 1999, met een vordering tot schadevergoeding wegens blijvende invaliditeit.
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen jegens de individuele cardiologen verjaard zijn omdat eiseres hen niet tijdig aansprakelijk heeft gesteld, ondanks haar eerdere aansprakelijkstelling van het ziekenhuis. De centrale aansprakelijkheidsregeling leidt niet tot stuiting van verjaring jegens individuele hulpverleners zonder expliciete aansprakelijkstelling.
Het medisch onzorgvuldig handelen van het ziekenhuis op 16 augustus 1999 wordt erkend, maar over het handelen op 9, 13 en 20 augustus 1999 bestaat een geschil tussen deskundigen. De rechtbank acht nader deskundigenonderzoek noodzakelijk om vast te stellen of sprake is van onzorgvuldig handelen en of dit causaal verband houdt met de schade.
De rechtbank weegt deskundigenrapporten van beide partijen, maar kent de rapportages van de door partijen gezamenlijk benoemde deskundigen minder gewicht toe vanwege het ontbreken van instemming en overleg. De zaak wordt aangehouden voor nadere deskundige beoordeling van aansprakelijkheid en causaliteit.
De vorderingen jegens de cardiologen worden afgewezen wegens verjaring, terwijl de vorderingen jegens het ziekenhuis voorlopig in behandeling blijven. De proceskosten jegens de cardiologen worden begroot op nihil.
Uitkomst: Vorderingen jegens cardiologen zijn verjaard en niet-ontvankelijk verklaard; nadere deskundige beoordeling nodig voor aansprakelijkheid en causaliteit jegens ziekenhuis.