ECLI:NL:RBROT:2009:BJ1429
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering onttrekking parkeerplaatsen aan openbaar verkeer
Eisers verzochten herhaaldelijk om onttrekking van grond aan de openbare weg voor eigen parkeerplaatsen. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat geen aanvraag zou zijn ingediend, wat onjuist bleek. Verweerder trok vervolgens het primaire en bestreden besluit in, maar nam zonder gewijzigde omstandigheden een nieuw besluit tot weigering onttrekking, waarvoor hij onbevoegd was.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar terecht was ingediend en dat verweerder het bezwaar had moeten doorzenden naar Gedeputeerde Staten als administratief beroep. Het nieuwe besluit was onbevoegd genomen en werd vernietigd. De rechtbank stelde een voorlopige voorziening in om de gereserveerde parkeerplaatsen zoals tot november 2007 te herstellen.
Verder legde de rechtbank een dwangsom op voor het geval verweerder niet binnen vier weken na uitspraak de situatie herstelde. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. De procedure werd als onzorgvuldig beoordeeld en verweerder werd aangesproken op het niet naleven van eerdere uitspraken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit en het besluit van 19 februari 2009 worden vernietigd, en een voorlopige voorziening en dwangsom worden opgelegd.