ECLI:NL:RBROT:2009:BJ2077
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling lening en rente in investeringsgeschil Certco
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of tussen eiser en gedaagde een overeenkomst tot stand was gekomen waarbij eiser een derde deel van USD 200.000 voorschoot voor een investering in Certco, en welke voorwaarden daaraan verbonden waren.
De rechtbank heeft op basis van getuigenverklaringen en verstrekte informatie over het Zwitsers recht geoordeeld dat er een overeenkomst van geldlening was gesloten. Partijen spraken af dat rente en kosten zouden worden verrekend met de winst, maar de hoogte van de rente werd niet expliciet bepaald. De rechtbank concludeerde dat op grond van het toepasselijke Zwitsers recht een rente van 5% per jaar van toepassing is.
De rechtbank wees de vordering tot betaling van extra kosten en incassokosten af wegens onvoldoende bewijs. In reconventie erkende eiser een bedrag van USD 12.650 verschuldigd te zijn aan gedaagde, dat met wettelijke rente wordt toegewezen. De proceskosten in conventie worden aan eiser toegewezen, terwijl in reconventie de kosten worden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van USD 66.666,67 met 5% rente per jaar vanaf 13 juni 2001 en eiser tot betaling van USD 12.650 met wettelijke rente vanaf 1 januari 2004.