ECLI:NL:RBROT:2009:BJ2350
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geldigheid verlenging lidmaatschapsovereenkomst ondanks vermeend wilsgebrek
De zaak betreft een geschil tussen David Lloyd Health & Fitness B.V. en een gedaagde over de geldigheid van een verlenging van een lidmaatschapsovereenkomst. De oorspronkelijke overeenkomst liep voor een jaar met een opzegtermijn van drie maanden. De gedaagde had de overeenkomst niet tijdig opgezegd, waardoor deze automatisch werd verlengd voor een tweede jaar.
De gedaagde stelde dat hij de tweede overeenkomst niet vrijwillig was aangegaan en dat sprake was van een wilsgebrek. Tijdens een gesprek op 13 maart 2007 werd hem medegedeeld dat hij de eerste overeenkomst niet tijdig had opgezegd en dat zijn lidmaatschap was verlengd. Hij kreeg de keuze tussen nakoming van het eerste contract of het sluiten van een nieuw contract, waarbij hij koos voor het tweede om incassoprocedures en kosten te vermijden.
De rechtbank oordeelde dat de gedaagde het nieuwe contract bewust en vrijwillig heeft geaccepteerd, mede omdat dit gunstiger was dan het ineens voldoen van de resterende bedragen met incassokosten. Er was geen sprake van een wilsgebrek zoals bedoeld in artikel 3:44 BW Pro. De vordering van David Lloyd tot betaling van de contributiegelden werd dan ook toegewezen, terwijl de reconventionele vordering van de gedaagde werd afgewezen. De gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van contributiegelden en wijst het verweer van wilsgebrek af.