ECLI:NL:RBROT:2009:BJ2728
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Trotman
- Van Boven
- Frankruijter
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor faillissementsfraude en feitelijk leidinggeven aan bedrieglijke bankbreuk
De rechtbank Rotterdam heeft verdachte veroordeeld voor faillissementsfraude door feitelijk leiding te geven aan zeven besloten vennootschappen die hun administratieve verplichtingen niet zijn nagekomen, wat heeft geleid tot benadeling van faillissementscrediteuren en maatschappelijke schade.
Verdachte werd tevens verdacht van valsheid in geschrifte met betrekking tot een uittreksel uit het Handelsregister, maar werd hiervan vrijgesproken omdat het bewijs niet overtuigend was en het vermeende valselijk opgemaakte uittreksel pas na de periode van de tenlastelegging dateerde.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte de administratieplicht van de vennootschappen heeft geschonden door de administratie niet te bewaren en niet aan de curator te overleggen, hetgeen strafbaar is als bedrieglijke bankbreuk. Verdachte bekende dit feit tijdens de zitting.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met eerdere veroordelingen van verdachte, het beperkte financiële voordeel, en het advies van de reclassering voor begeleiding en behandeling. De straf werd vastgesteld op 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden waaronder reclasseringstoezicht.
De rechtbank concludeerde dat de zaak binnen een redelijke termijn was behandeld en wees het verweer van verdachte af dat hij slechts een katvanger was. De vrijspraak voor valsheid in geschrifte werd gemotiveerd door de onmogelijkheid dat het uittreksel in de tenlastegelegde periode vervalst kon zijn.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens faillissementsfraude en feitelijk leidinggeven aan bedrieglijke bankbreuk.