ECLI:NL:RBROT:2009:BJ3361
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder bij contractsoverneming en verhaalsfrustratie in bouwproject
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de bestuurder van een bouwbedrijf persoonlijk aansprakelijk kon worden gehouden voor onrechtmatig handelen jegens de opdrachtgever. De opdrachtgever had een design & build overeenkomst gesloten met een bouwbedrijf ([bedrijf 1]) dat haar rechten en verplichtingen overdroeg aan een andere vennootschap ([bedrijf 2]). De opdrachtgever betwistte deze contractsoverneming en stelde dat de bestuurder onrechtmatig handelde door de overeenkomst over te dragen aan een technisch failliete vennootschap, waardoor haar verhaalsmogelijkheden werden gefrustreerd.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van een rechtsgeldige contractsoverneming conform artikel 6:159 BW Pro, waarbij de opdrachtgever stilzwijgend instemde met de overdracht. De bestuurder kon niet worden verweten dat hij weigerde namens [bedrijf 1] de verplichtingen na te komen, omdat [bedrijf 2] als contractspartner gold. Ook was onvoldoende gebleken dat de bestuurder wist of behoorde te weten dat [bedrijf 2] technisch failliet was ten tijde van de contractsoverneming.
Verder concludeerde de rechtbank dat de financiële situatie van [bedrijf 2] in 2007 niet zodanig was dat van een technisch failliete vennootschap kon worden gesproken. De gestelde verhaalsfrustratie en boos opzet van de bestuurder werden niet bewezen. De vordering tot verklaring van onrechtmatig handelen werd afgewezen en de opdrachtgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verklaring van onrechtmatig handelen en aansprakelijkheid van de bestuurder wordt afgewezen.