ECLI:NL:RBROT:2009:BJ3697
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanwijzing boerderij als beschermd gemeentelijk monument wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing
Eiser betwist de aanwijzing van zijn boerderij als beschermd gemeentelijk monument door de gemeente Rotterdam. De rechtbank oordeelt dat er onduidelijkheid bestaat over de aanwezigheid van een welput en hooizolders, wat relevante feiten zijn voor de monumentwaardigheid. Tevens is onduidelijk of de boerderij een uniek exemplaar is, terwijl het onderzoek naar deze aspecten onvoldoende zorgvuldig is voorbereid.
De rechtbank stelt vast dat de motivering van het besluit niet aansluit bij de feitelijke toestand van het monument en dat de redengevende omschrijving en adviezen niet consistent zijn. De cultuurhistorische waarde wordt erkend, maar de bouwkundige staat en wijzigingen aan het pand verminderen deze waarde. De rechtbank wijst erop dat de aanwijzing een discretionaire bevoegdheid is, maar dat deze moet worden uitgeoefend binnen de grenzen van redelijkheid en een zorgvuldige feitenvaststelling.
De rechtbank wijst het beroep van eiser toe, vernietigt het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een duidelijke en correcte omschrijving van de monumentale waarde voor rechtszekerheid en vergunningverlening.
Uitkomst: Het besluit tot aanwijzing van de boerderij als beschermd gemeentelijk monument wordt vernietigd wegens onvoldoende feitelijke onderbouwing en onvoldoende zorgvuldige voorbereiding.