ECLI:NL:RBROT:2009:BJ3701
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling medische kosten door onverzekerde patiënt en toepassing redelijkheid en billijkheid
In deze zaak stond centraal of de stichting terecht betaling kon vorderen van een onverzekerde patiënt die meende dubbel te betalen voor dezelfde medische prestatie vanwege het oude declaratiesysteem (DBC). De patiënt stelde dat het systeem onredelijk was en dat toepassing van artikel 6:248 lid 2 BW Pro (redelijkheid en billijkheid) tot vermindering van de betaling moest leiden.
De rechtbank stelde vast dat de stichting het declaratiesysteem niet betwistte en dat de opslag voor onverzekerden bedoeld was ter dekking van oninbare vorderingen. De verzekeringsplicht van de patiënt werd als uitgangspunt genomen, waarbij het niet voldoen aan die plicht voor zijn eigen risico kwam. Het declaratiesysteem was primair gericht op afrekening met zorgverzekeraars en verplicht voor de stichting.
De rechtbank concludeerde dat geen omstandigheden waren die toepassing van artikel 6:248 lid 2 BW Pro rechtvaardigden. De patiënt moest het bedrag betalen minus reeds voldaan bedrag. Daarnaast werd de wettelijke rente toegewezen vanaf de dagvaarding en werden proceskosten en nakosten aan de patiënt opgelegd. Het vonnis was uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de onverzekerde patiënt tot betaling van de openstaande medische kosten met wettelijke rente en proceskosten.