ECLI:NL:RBROT:2009:BJ3735
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J.A.M. Ahsmann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens onredelijk bezwarend annuleringsbeding in consumententransactie
In deze zaak stond centraal de vraag of een consument gehouden was tot betaling van annuleringskosten na het annuleren van een koopovereenkomst voor een badkamer. De koopovereenkomst was aangegaan met toepassing van de algemene voorwaarden van de Centrale Branchevereniging Wonen (CBW), waarin een annuleringsbeding was opgenomen dat een schadevergoeding van 30% van de koopsom voorschreef.
De consument had de overeenkomst ontbonden wegens tekortkoming van de ondernemer, die volgens hem niet tijdig een gewijzigde orderspecificatie had verstrekt. De ondernemer vorderde vervolgens betaling van annuleringskosten en buitengerechtelijke incassokosten.
De rechtbank oordeelde dat de consument onvoldoende had gesteld om de ontbinding aannemelijk te maken. Vervolgens beoordeelde de rechtbank het annuleringsbeding aan de hand van de Europese Richtlijn 93/13/EEG inzake oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Het beding werd als onredelijk bezwarend aangemerkt omdat de ondernemer onvoldoende had onderbouwd dat de vergoeding redelijk was, mede gezien het feit dat de levering pas later zou plaatsvinden en de ondernemer geen concrete kosten had aangetoond.
Omdat de consument geen vernietigingsvordering had ingesteld, liet de rechtbank het beding ambtshalve buiten toepassing om de consumentenbescherming effectief te laten zijn, conform jurisprudentie van het Hof van Justitie. De vordering van de ondernemer werd daarom afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van annuleringskosten wordt afgewezen omdat het annuleringsbeding onredelijk bezwarend is en ambtshalve buiten toepassing wordt gelaten.