ECLI:NL:RBROT:2009:BJ3810
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bezuijen
- Van der Stroom
- Koningsveld
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken ontuchtige handelingen bij aanranding ex-partner
De rechtbank Rotterdam behandelde op 8 juni 2009 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van aanranding van zijn ex-partner op 22 oktober 2007. De officier van justitie vorderde een veroordeling wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid, gebaseerd op handelingen zoals het vastpakken van borsten en billen en het proberen uitkleden van de aangeefster.
De verdachte ontkende seksuele bedoelingen te hebben gehad en verklaarde dat hij troost zocht vanwege het beëindigen van hun relatie. De aangeefster en een getuige, de zoon van verdachte, verklaarden dat verdachte haar had tegengehouden en stevig vasthield, maar de getuige zag geen poging tot uitkleden.
De rechtbank oordeelde dat alleen het tegenhouden en het aanraken van de billen bewezen waren, maar dat deze handelingen niet als ontuchtig konden worden aangemerkt binnen de gegeven omstandigheden. Verdachte werd vrijgesproken omdat de handelingen niet voldeden aan de criteria van artikel 246 Wetboek Pro van Strafrecht en er geen overtuigend bewijs was voor seksuele bedoelingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat de bewezen handelingen geen ontuchtige aard hadden.