ECLI:NL:RBROT:2009:BJ4187
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- De Gruijl-van Benthem
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en toewijzing van schulden na echtscheiding
Partijen zijn in 1986 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd en in 2007 gescheiden. De huwelijksgoederengemeenschap is nog niet verdeeld. De vrouw vordert een bepaalde verdeling van de gemeenschap en betaling van een bedrag door de man, terwijl de man dit betwist en een tegenvordering instelt.
De rechtbank behandelt de vorderingen in conventie en reconventie samen. Partijen bereikten overeenstemming over de afgifte van roerende zaken en uitvaartpolissen, die aan de vrouw worden toegewezen. In geschil zijn negen schulden, waarvan de man stelt dat deze buiten zijn medeweten zijn aangegaan en dat de vrouw zijn handtekening heeft vervalst bij een doorlopend krediet.
De rechtbank oordeelt dat schulden die buiten medeweten zijn aangegaan niet automatisch verknocht zijn aan de vrouw, tenzij het geld met het oogmerk is geleend om een derde te bevoordelen en de andere echtgenoot hiervan geheel onkundig is. De man slaagt er niet in dit aannemelijk te maken. De schuld bij de Postbank behoort dan ook tot de gemeenschap. De vorderingen van de man op schadevergoeding en kosten worden afgewezen.
De rechtbank veroordeelt de man tot betaling van € 20.853,45 aan de vrouw, rekening houdend met een minnelijke regeling met de Postbank. De overige schulden worden door de vrouw voldaan. De wettelijke rente en incassokosten worden niet toegewezen omdat de man nog niet in verzuim is. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van € 20.853,45 aan de vrouw en de overige schulden worden door de vrouw voldaan; vorderingen van de man worden afgewezen.