ECLI:NL:RBROT:2009:BJ4390
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Kaaij
- Franken
- Derkx
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen van cocaïnebewerking en drugshandel met fenacetine als versnijdingsmiddel
De rechtbank Rotterdam heeft op 22 juli 2009 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van het bewerken en verwerken van cocaïne en grootschalige handel in versnijdingsmiddelen zoals fenacetine, procaïne, cafeïne en paracetamol.
Het onderzoek richtte zich op leveringen van grote hoeveelheden fenacetine en andere stoffen door het bedrijf Utraco aan verdachte, die deze stoffen gebruikte voor het versnijden van cocaïne. De rechtbank oordeelde dat de met Utraco en het koeriersbedrijf KDZ gesloten burgerpseudoverkoopovereenkomsten niet onrechtmatig waren, ondanks dat fenacetine geen legale toepassing meer kent en voornamelijk als versnijdingsmiddel wordt gebruikt.
Bewijs bestond uit afgeluisterde telefoongesprekken, observaties, en NFI-onderzoek van monsters uit panden waar cocaïne werd bewerkt. Verdachte werd vrijgesproken van enkele feiten, waaronder bezit van vuurwapens en invoer van cocaïne, maar schuldig bevonden aan het medeplegen van het bewerken van cocaïne en het voorhanden hebben van stoffen bestemd voor drugshandel.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 30 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, gekoppeld aan verplichte behandeling en begeleiding vanwege de verslavingsproblematiek van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.