ECLI:NL:RBROT:2009:BJ4778
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Klein Wolterink
- Van Dijke
- Trotman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens schending verdedigingsbelang door prematuur dagvaarden
De rechtbank Rotterdam heeft op 27 juli 2009 uitspraak gedaan over een bezwaarschrift ex artikel 262 Wetboek Pro van Strafvordering van verdachte tegen zijn dagvaarding voor de meervoudige economische strafkamer. De verdediging had een verzoek tot mini-instructie ingediend bij de rechter-commissaris op grond van artikel 36a Sv, bedoeld om onderzoekshandelingen à décharge te verrichten. De officier van justitie heeft dit verzoek genegeerd en de verdachte rauwelijks gedagvaard, waardoor de verdediging niet de kans kreeg om aanvullend onderzoek te doen.
De rechtbank oordeelt dat hierdoor het verdedigingsbelang is geschonden en dat het recht op een eerlijk proces, zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro, is aangetast. De dagvaarding is daarom niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank benadrukt dat deze niet-ontvankelijkheid herstelbaar is, zodat de officier van justitie de vervolging opnieuw kan starten, mits zij dan wel rekening houdt met de wensen van de verdediging.
De uitspraak onderstreept het belang van een sterke positie van de verdediging in het vooronderzoek en het recht om onderzoek à décharge te laten verrichten, conform de wetsgeschiedenis en het wetsvoorstel versterking positie rechter-commissaris. De rechtbank wijst erop dat prematuur dagvaarden zonder af te wachten van een mini-instructie het verdedigingsbelang fundamenteel schaadt.
Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens rauwelijks dagvaarden zonder af te wachten van een verzoek tot mini-instructie.