ECLI:NL:RBROT:2009:BJ4808
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep en verzoek voorlopige voorziening tegen huisverbod en verlenging
Bij besluit van 20 mei 2009 legde de burgemeester van een gemeente een huisverbod op aan verzoekster vanwege geweldsincidenten binnen het gezin, met als doel rust te brengen en hulpverlening te starten. Dit huisverbod werd op 28 mei 2009 verlengd met achttien dagen. Verzoekster stelde beroep in tegen deze besluiten en verzocht tevens om een voorlopige voorziening tot opheffing van het huisverbod.
De rechtbank oordeelde dat ondanks de uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen, de man en de jongmeerderjarige nog steeds in de woning verbleven, waardoor het huisverbod nog steeds noodzakelijk en rechtmatig was. Tevens werd meegewogen dat verzoekster geen medewerking verleende aan de noodzakelijke hulpverlening, ondanks herhaalde pogingen daartoe door betrokken instanties.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en verklaarde het beroep ongegrond. Het huisverbod blijft gehandhaafd om de veiligheid binnen het gezin te waarborgen en de kans op recidive van geweld te beperken. De rechter benadrukte dat het huisverbod ook een contactverbod omvat, waardoor het risico op escalatie wordt verminderd. De zaak biedt tevens ruimte om de hulpverlening alsnog op te starten gedurende de resterende periode van het huisverbod.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod en de verlenging wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.