ECLI:NL:RBROT:2009:BJ4811
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en verzoek voorlopige voorziening tegen huisverbod wegens huiselijk geweld
Op 2 augustus 2009 legde de burgemeester van een gemeente een huisverbod op aan verzoeker voor de duur van tien dagen vanwege vermoedens van huiselijk geweld. Verzoeker stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening om het huisverbod te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nader onderzoek niet noodzakelijk was en dat het huisverbod voldoende feitelijk was onderbouwd. Het verbod volgde op twee incidenten waarbij verzoeker zijn echtgenote met een fles water had geslagen en dreigende taal gebruikte. Verklaringen van de echtgenote en dochter ondersteunden het vermoeden van gevaar.
Verzoeker ontkende het geweld, maar zijn ontkenning werd niet gevolgd. Ook het gebruik van drugs door verzoeker, dat hij deels ontkende, werd als relevant beschouwd. De voorzieningenrechter vond het huisverbod niet disproportioneel gezien het belang van de veiligheid van de huisgenoten.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter Marseille op 6 augustus 2009.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.