ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5349
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onredelijkheid van onmiddellijke opeising lening tussen oom en neef bij betalingsachterstand
In deze civiele zaak vordert eiser, oom, betaling van een lening van €50.000,- aan zijn neef, gedaagde sub 1, met rente, boetes en incassokosten. De lening was vastgelegd in een akte van schuldbekentenis, met een rente van 5% per jaar en onmiddellijke opeisbaarheid bij niet-stipte betaling.
De rechtbank stelt vast dat gedaagde sub 2 geen partij is bij de overeenkomst en daarom niet aansprakelijk is. De betalingsachterstanden betroffen enkele maanden, waarbij de achterstallige rente deels te laat werd betaald, onder meer door een foutieve overboeking op een verkeerd rekeningnummer.
De rechtbank weegt mee dat het een familierelatie betreft en dat de lening bedoeld was om de neef in staat te stellen in zijn woning te blijven wonen. Gelet hierop en de geringe ernst van de tekortkomingen, acht de rechtbank de onmiddellijke opeising van het volledige bedrag onaanvaardbaar volgens redelijkheid en billijkheid. Tevens is geen sprake van ontbinding of rechtsgeldige opzegging van de overeenkomst.
De vorderingen tot betaling van het geleende bedrag, boetes, rente en incassokosten worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat elke partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot terugbetaling van de lening en bijkomende kosten wordt afgewezen wegens onaanvaardbaarheid van onmiddellijke opeising.