ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5367
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Hofmeijer-Rutten
- Rechtspraak.nl
Geschil over uitkering arbeidsongeschiktheidspolis en beroep op risicoverzwaring door overwerk
In deze zaak staat een vordering tot uitkering onder een arbeidsongeschiktheidspolis centraal. De verzekeraar Avero stelt zich op het standpunt dat sprake is van een risicoverzwaring door structureel overwerk van 60-80 uur per week, wat niet is gemeld bij het aangaan van de verzekering. Dit zou volgens Avero leiden tot het vervallen van het recht op uitkering.
De rechtbank oordeelt dat de polisvoorwaarden een wijziging van het beroep of de aard van de werkzaamheden vereisen om van risicoverzwaring te kunnen spreken. Een toename van het aantal uren zonder wijziging van de aard van het werk valt hier niet onder. Avero heeft onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een dergelijke wijziging, waardoor haar beroep op artikel 8 van Pro de polisvoorwaarden faalt.
Verder bepaalt de rechtbank dat eiser eerst een berekening van de uitkering moet opstellen, waarbij hij zich kan laten bijstaan door een deskundige. Indien hij hiertoe niet in staat is, zal de rechtbank een deskundige benoemen. De zaak wordt verwezen naar een volgende rolzitting voor het nemen van deze akte. Tot slot worden de buitengerechtelijke kosten toegewezen aan eiser, aangezien deze redelijk zijn.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van polisvoorwaarden bij arbeidsongeschiktheid en benadrukt het belang van een concrete wijziging in werkzaamheden voor het beroep op risicoverzwaring.
Uitkomst: Het beroep van Avero op risicoverzwaring door overwerk wordt verworpen en eiser moet eerst een berekening van zijn uitkering indienen.