ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5370
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Bayer & Vrind wegens onrechtmatige daad gemeente inzake hoofdgasleiding op bedrijfsterrein
Bayer & Vrind kocht een bedrijfsterrein van de Domeinen, nadat de gemeente het terrein aan de Domeinen had verkocht. Na aankoop ontdekte Bayer & Vrind dat er een hoofdgasleiding in de grond lag, wat niet was gemeld door de gemeente. Bayer & Vrind vorderde vergoeding van de kosten voor het omleggen van de leiding en juridische kosten van de gemeente op grond van onrechtmatige daad.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente haar mededelingsplicht jegens de Domeinen had geschonden, maar dat dit niet automatisch leidde tot aansprakelijkheid jegens Bayer & Vrind. De gemeente was niet onrechtmatig jegens Bayer & Vrind omdat het bedrijfsterrein zonder beperkingen was verkocht en het beoogde gebruik door de Domeinen niet werd belemmerd. Bovendien had Bayer & Vrind als professionele vastgoedonderneming de mogelijkheid om informatie over leidingen bij het gemeentelijk bureau leidingen op te vragen.
De rechtbank verwierp ook het beroep van Bayer & Vrind op een rechtstreekse actie jegens de gemeente en concludeerde dat proces-economische redenen niet konden afwijken van de wettelijke procesgang. De vordering werd afgewezen en Bayer & Vrind werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Bayer & Vrind af en veroordeelt haar in de proceskosten.