ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5454
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering aansprakelijkheid RET na aanrijding tram en auto bij achteruit parkeren
Op 7 juni 2005 vond een aanrijding plaats tussen de auto van eiser en een tram van de RET in Rotterdam. Eiser reed achteruit om in te parkeren en blokkeerde daarbij deels de trambaan. De tram moest een noodstop maken, maar kon een botsing niet voorkomen. Eiser vorderde dat de RET aansprakelijk werd gesteld voor de schade.
De rechtbank stelde vast dat eiser een bijzondere manoeuvre uitvoerde (achteruitrijden) en op grond van artikel 54 RVV Pro het overige verkeer, waaronder de tram, voor had moeten laten gaan. Eiser had de tram niet voor laten gaan en daarmee een verkeersfout begaan. Hoewel eiser stelde dat de trambestuurder onvoldoende had geanticipeerd, bleek uit zijn eigen verklaringen dat hij bewust het risico nam de manoeuvre te starten terwijl de tram zich al dicht achter hem bevond.
De RET voerde aan dat eiser onzorgvuldig handelde en dat de tram niet aansprakelijk kon worden gesteld. De rechtbank oordeelde dat de vordering van eiser ongegrond was omdat hij de tram hinderde en de aanrijding daardoor zijn eigen schuld was. De rechtbank veroordeelde eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten.