ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5748
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Geschil over mandeligheid muur, erfgrens en beplanting tussen buren
Partijen zijn buren met aan elkaar grenzende patiobungalows. Eisers vorderen dat gedaagde beplanting en zaken tegen de patiomuur en erfgrens verwijdert en dat muur en schutting worden hersteld. Gedaagde betwist dit en vordert dat de muur mandelig wordt verklaard en dat zij het groen mag onderhouden.
De rechtbank oordeelt dat de patiomuur niet mandelig is omdat deze slechts aan één zijde is bebouwd en geen rechtshandeling of wettelijke grondslag voor mandeligheid bestaat. De muur is privé-eigendom van eisers, maar gedaagde mag deze redelijk gebruiken zonder hinder voor eisers. De schutting tussen de buitentuinen ligt op de erfgrens en deels op het erf van gedaagde, en wordt als gemeenschappelijk beschouwd.
De rechtbank wijst toe dat gedaagde binnen vier weken alle bomen en struiken binnen wettelijke afstand van de erfgrens moet verwijderen en verwijderd houden, met een gemaximeerde dwangsom. De kosten van het geding worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot het verwijderen van beplanting binnen wettelijke afstand van erfgrens en schutting is gemeenschappelijk op erfgrens.