ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5756
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over betaling en specificatie van advocaatdeclaraties in aanrijdings- en vreemdelingenzaken
De zaak betreft een civielrechtelijk geschil tussen een advocaat en vier gedaagden over de betaling van declaraties voor verleende juridische diensten in een aanrijdingszaak en diverse vreemdelingenprocedures.
De rechtbank stelt vast dat de advocaat werkzaamheden heeft verricht van eind 2002 tot begin 2008, met een afgesproken uurtarief van aanvankelijk €182 en later €204, vermeerderd met kantoorkosten en BTW. Voor de aanrijdingszaak is vastgesteld dat alleen gedaagde 4 opdracht gaf en aansprakelijk is voor betaling, terwijl de overige gedaagden niet concreet hebben gesteld dat zij medeopdrachtgevers waren. Gedaagde 4 wordt veroordeeld tot betaling van €5.468,44 plus wettelijke rente.
Ten aanzien van de vreemdelingenzaken is onduidelijkheid over de hoofdelijkheid van de gedaagden en de omvang van de gewerkte uren. De rechtbank laat partijen toe bewijs te leveren over de hoofdelijkheid en over de stelling dat reeds betaalde bedragen volledige voldoening betekenen. Verder wordt het verweer van verjaring verworpen omdat de betalingsverplichting geldt na beëindiging van werkzaamheden.
Diverse betwistingpunten zoals vermeende wanprestatie, onnodige kosten, en het ontbreken van toevoeging worden door de rechtbank afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of gebrek aan concreetheid. De rechtbank moedigt partijen aan tot een minnelijke regeling gezien de kosten van verdere procedure.
De uitspraak is gedaan door rechter N. Doorduijn en bevat nadere procesafspraken over getuigenverhoren en bewijslevering.
Uitkomst: Gedaagde 4 wordt veroordeeld tot betaling van €5.468,44 plus rente; bewijslevering wordt toegelaten over overige vorderingen en hoofdelijkheid.