ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5768

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
318397 / HA ZA 08-2742
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 91 WAOArt. 100 WIA
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestaan oproeping Politieregio Rotterdam-Rijnmond in vrijwaring bij verkeersongeval met sneltram

In deze civiele procedure vordert UWV dat de rechtbank verklaart dat RET geheel of gedeeltelijk aansprakelijk is voor de schade geleden door een inzittende van een politieauto, die na een verkeersongeval met een sneltram blijvend arbeidsongeschikt is geraakt. UWV wil de door haar uitgekeerde uitkeringen verhalen op RET als werkgever van de bestuurster van de sneltram.

RET betwist aansprakelijkheid en verzoekt de rechtbank om Politieregio Rotterdam-Rijnmond in vrijwaring te mogen dagvaarden, omdat deze als werkgever van de bestuurster van de politieauto aansprakelijk zou zijn voor diens onrechtmatig handelen jegens de inzittende. UWV voert aan dat regres op de werkgever van de politieauto niet mogelijk is, tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid, wat niet is gesteld.

De rechtbank oordeelt dat het verweer van UWV tegen de vrijwaringsvordering ziet op een te beoordelen geschilpunt in de vrijwaringsprocedure en staat daarom toe dat RET Politieregio Rotterdam-Rijnmond in vrijwaring dagvaardt. De uitspraak over de kosten wordt gereserveerd tot de einduitspraak in de hoofdzaak en de beslissing in de hoofdzaak wordt aangehouden.

Uitkomst: RET wordt toegestaan Politieregio Rotterdam-Rijnmond in vrijwaring te dagvaarden.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 318397 / HA ZA 08-2742
Uitspraak: 19 augustus 2009
VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:
het rechtspersoonlijkheid bezittende UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERSVERZEKERINGEN,
gevestigd te Amsterdam,
eiser in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
advocaat mr. P.H.Ch.M. van Swaaij,
- tegen -
de naamloze vennootschap ROTTERDAMSE ELEKTRISCHE TRAM N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. W.A.M. Rupert.
Partijen in het incident worden hierna aangeduid als "UWV" respectievelijk "RET".
1 Het verloop van het geding
De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken:
- dagvaarding d.d. 31 oktober 2008 en de door UWV overgelegde producties;
- incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring, tevens conclusie van antwoord;
- conclusie van antwoord in incident.
2 Het geschil in het incident en de beoordeling daarvan
2.1 In de hoofdzaak vordert UWV – kort en zakelijk weergegeven – dat de rechtbank voor recht verklaart dat RET geheel althans gedeeltelijk aansprakelijk is voor de door UWV geleden en nog te lijden schade, met veroordeling van RET in de proceskosten.
2.2 UWV heeft aan deze vordering – kort gezegd – het volgende ten grondslag gelegd. Op 9 maart 1998 vond in Rotterdam een verkeersongeval plaats waarbij een politieauto en een sneltram van RET betrokken waren. Ten gevolge van dit ongeval is een inzittende van de politieauto, [persoon 1] (hierna: [persoon 1]), blijvend arbeidsongeschikt geraakt. Omdat de bestuurster van de sneltram niet heeft geanticipeerd op de aanwezigheid van de politieauto, heeft zij onrechtmatig gehandeld jegens (de verzekerde van) UWV. [persoon 1] ontvangt van UWV een uitkering. UWV wil de door haar uitgekeerde gelden en nog uit te keren gelden verhalen op RET (als werkgeefster van de bestuurster van de sneltram).
2.3 In het incident vordert RET haar toe te staan om Politieregio Rotterdam-Rijnmond in vrijwaring te dagvaarden, en legt daaraan het volgende ten grondslag. RET betwist aansprakelijk te zijn voor het ongeval. Indien de rechtbank mocht oordelen dat RET ten aanzien van het ongeval een verwijt kan worden gemaakt, dan stelt RET dat de bestuurster van de politieauto onrechtmatig heeft gehandeld jegens [persoon 1]. Politieregio Rotterdam-Rijnmond is als werkgever aansprakelijk voor fouten van haar ondergeschikten. Politieregio Rotterdam-Rijnmond is dan ook jegens [persoon 1], en daarmee jegens UWV, aansprakelijk voor fouten van de bestuurster van de politieauto en daarmee aansprakelijk voor de schade van [persoon 1].
2.4 UWV concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering en stelt daartoe het volgende. Uit het bepaalde in artikel 91 WAO Pro (artikel 100 WIA Pro) volgt dat er in het onderhavige geval geen regres mogelijk is op (de werkgeefster van) de bestuurster van de politieauto, tenzij er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Gelet op de gedeeltelijke erkenning van aansprakelijkheid van de RET jegens (de verzekeraar van) politieregio Rotterdam-Rijnmond, dient ervan uitgegaan te worden dat ook de RET van mening is dat er aan de zijde van politieregio Rotterdam-Rijnmond, c.q. diens werkneemster in ieder geval geen sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Regres is dus niet mogelijk.
2.5 De rechtbank zal de vordering in het incident toewijzen. RET heeft gesteld dat tussen RET en Politieregio Rotterdam-Rijnmond een rechtsverhouding bestaat die voor laatstgenoemde een verplichting tot vrijwaring meebrengt. RET heeft belang bij gevoegde behandeling van hoofdzaak en vrijwaring. Het door UWV gevoerde verweer tegen de incidentele vordering – zoals uiteengezet onder 2.4 – wordt door RET betwist en ziet op een in de vrijwaringsprocedure te beoordelen geschilpunt. Dit verweer staat dan ook niet in de weg aan toewijzing van de vordering.
2.6 De uitspraak over de kosten zal worden gereserveerd tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
2.7 Ten behoeve van beraad of een comparitie na antwoord wordt gelast, wordt iedere beslissing in de hoofdzaak aangehouden.
3 De beslissing
De rechtbank,
in het incident
staat RET toe Politieregio Rotterdam-Rijnmond, gevestigd aan het [adres] te [plaats], te dagvaarden tegen de roldatum van woensdag 9 september 2009 teneinde op de eis in vrijwaring te antwoorden en voort te procederen;
reserveert de uitspraak over de kosten tot de einduitspraak in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak
houdt iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling.
Uitgesproken in het openbaar.
1902/1980