ECLI:NL:RBROT:2009:BJ6158
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Janssen
- De Bruin
- Hamaker
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor openlijk in vereniging plegen van geweld tegen RET-medewerkers in tram
Op 8 mei 2009 pleegden verdachte en zijn medeverdachte geweld tegen een tramconducteur en trambestuurder van de RET in tramlijn 23 te Rotterdam. De rechtbank baseerde zich op camerabeelden, getuigenverklaringen en letselverklaringen om vast te stellen dat verdachte en medeverdachte meerdere geweldshandelingen pleegden, waaronder het gooien van een gevulde bidon en het slaan tegen het hoofd en lichaam van de trambestuurder.
De verdachte ontkende het geweld, maar de rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen. De RET-functionarissen handelden bevoegd bij hun aanhouding, en hun geweld overschreed de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit niet, waardoor noodweer niet van toepassing was. Wel werd erkend dat de acties van de functionarissen mogelijk hebben bijgedragen aan de escalatie.
De rechtbank hield rekening met de eerdere veroordelingen van verdachte en het advies van de reclassering om een verplicht reclasseringscontact op te leggen met bijzondere voorwaarden. De straf werd vastgesteld op vijf maanden gevangenisstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een bijzondere voorwaarde tot behandeling bij een GGZ-instelling.
De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard en kunnen alleen bij de burgerlijke rechter worden ingediend. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 26 augustus 2009.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf, waarvan twee maanden voorwaardelijk, wegens openlijk in vereniging plegen van geweld tegen RET-medewerkers.