ECLI:NL:RBROT:2009:BJ6224
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische omstandigheden met lagere vergoeding
Een werkgever verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer wegens bedrijfseconomische omstandigheden. De werknemer was arbeidsongeschikt en vrijgesteld van werkzaamheden, maar dit speelde geen rol bij het verzoek. De werkgever toonde aan dat de onderneming sinds 2007 verlies lijdt en een reorganisatie noodzakelijk is om de continuïteit te waarborgen.
De kantonrechter oordeelde dat de negatieve resultaten en het fors negatieve eigen vermogen een ingrijpen rechtvaardigen. De werkgever wilde diverse functies opheffen en werkzaamheden uitbesteden. De belangen van de werkgever om kosten te reduceren wogen zwaarder dan het belang van de werknemer om zijn baan te behouden.
De vergoeding aan de werknemer werd vastgesteld op €49.000 bruto, lager dan de kantonrechtersformule, omdat het niet de bedoeling is dat de werknemer meer ontvangt dan bij voortzetting tot de pensioengerechtigde leeftijd. De werkgever had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij financieel niet meer kon betalen. De kantonrechter wees een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten af en stelde een termijn voor intrekking van het verzoek. Bij niet-intrekking werd de arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 augustus 2009 en de vergoeding toegekend.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 augustus 2009 met een vergoeding van €49.000 bruto aan de werknemer.