ECLI:NL:RBROT:2009:BJ6264
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over boete en compensatie huurachterstand bij verkoop verhuurd pand
In deze zaak draait het om een koopovereenkomst van een verhuurd pand waarbij de koper niet tijdig heeft meegewerkt aan de overdracht, waardoor de verkoper aanspraak maakt op een boete. De koper voert verweren aan zoals opschorting van de verplichting, afstand van recht, rechtsverwerking en matiging van de boete. Daarnaast vordert de koper compensatie van gemiste huuropbrengsten wegens niet-betaling door de huurder, terwijl de verkoper dit betwist.
De rechtbank stelt vast dat de koper na ingebrekestelling in verzuim is geraakt en daardoor de boete verschuldigd is. De koper mocht zijn verplichting niet opschorten op grond van een mededeling van de huurder over een lagere huurprijs, omdat de huurprijs schriftelijk was vastgelegd en de vrees van de koper niet gegrond was. Het beroep op afstand van recht en rechtsverwerking faalt wegens gebrek aan ondubbelzinnige verklaring en bijzondere omstandigheden.
Ten aanzien van de compensatie van gemiste huuropbrengsten wordt overwogen dat de verkoper verplicht is de koper te compenseren voor de huurachterstand van de huurder, tenzij de huurder alsnog heeft betaald na het vonnis van de kantonrechter. De rechtbank gelast een comparitie om nadere toelichting te geven over de rechtsverhoudingen, de mate van nakoming en de mogelijkheid tot minnelijke regeling.
De rechtbank wijst erop dat alle stukken uiterlijk twee weken voor de comparitie aan de wederpartij en de rechtbank moeten worden toegezonden. De uitspraak wordt aangehouden totdat na de comparitie verdere beslissing kan worden genomen.
Uitkomst: De rechtbank gelast een comparitie en houdt verdere beslissing aan.