ECLI:NL:RBROT:2009:BJ7422
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op uitkering Beleggerscompensatieregeling bij faillissement TPC
Eisers hebben bij De Nederlandsche Bank (DNB) een verzoek ingediend tot uitkering op grond van de destijds geldende Beleggerscompensatieregeling (BCR) in verband met het faillissement van T.P.C. Internationaal B.V. (TPC). DNB wees deze verzoeken af omdat TPC geen gelden of instrumenten behorend tot het vermogen van eisers in ontvangst had genomen of onder zich hield. Eisers stelden dat hun lening aan Shanghai Outerwear Hong Kong (SOHK) en de bijstorting terecht waren gekomen bij TPC via bestuurders, en dat TPC deze gelden onder zich hield.
De rechtbank oordeelt dat de BCR slechts bescherming biedt tegen het faillissementsrisico en beperkt is tot geld dat daadwerkelijk voor beleggers wordt gehouden in verband met beleggersverrichtingen. Vorderingen wegens wanprestatie of onrechtmatig handelen vallen hier niet onder. Zelfs als de gelden bij TPC waren terechtgekomen, betekent dit niet dat TPC deze onder zich hield in de zin van de BCR. De gelden waren bestemd voor een lening of omzetting in aandelen, en niet voor beleggersverrichtingen die onder de BCR vallen.
Gelet op deze overwegingen concludeert de rechtbank dat DNB de BCR correct heeft toegepast en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het vonnis is uitgesproken door rechter C.H.M. Pastoors op 8 september 2009.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun verzoek tot uitkering op grond van de Beleggerscompensatieregeling wordt ongegrond verklaard.