ECLI:NL:RBROT:2009:BJ8954
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Individuele eigenaar niet aan te merken als overtreder bestuursdwangbesluit gericht aan VVE
De zaak betreft een verzet tegen dwangbevelen die aan een individuele appartementseigenaar zijn opgelegd voor bestuursdwangkosten die voortvloeien uit herstelwerkzaamheden aan gemeenschappelijke panden. De bestuursdwangbesluiten waren echter gericht aan de Vereniging van Eigenaars (VVE), niet aan de individuele eigenaar. De eigenaar betoogde dat hij niet als overtreder kon worden aangemerkt en dat de kosten niet op hem mochten worden verhaald.
De rechtbank stelt vast dat de bestuursdwangbesluiten formele rechtskracht hebben en dat de VVE als beheerder en vertegenwoordiger van de eigenaren verantwoordelijk is voor de uitvoering van de herstelwerkzaamheden. De individuele eigenaar is niet bevoegd om de maatregelen te treffen en is daarom niet de overtreder in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor ontberen de dwangbevelen tegen de individuele eigenaar een deugdelijke grondslag en worden deze buiten effect gesteld.
Tegelijkertijd erkent de rechtbank dat de individuele eigenaar op grond van artikel 5:113 lid 5 BW Pro hoofdelijk aansprakelijk is voor zijn aandeel in de schuld van de VVE, waaronder de bestuursdwangkosten vallen. De gemeente kan deze civielrechtelijke vordering tot betaling van het aandeel van de eigenaar in de kosten op hem verhalen. De rechtbank wijst het verzet toe en stelt de beslissing over de reconventionele vordering aan, waarbij de gemeente wordt toegestaan nadere specificaties te geven over de kosten.
De procedure omvatte diverse producties, comparities en conclusies, waarbij de rechtbank ook oordeelde dat het instellen van de vordering in reconventie niet in strijd is met de goede procesorde. De zaak is aangehouden voor verdere behandeling van de kostenposten.
Uitkomst: De dwangbevelen tegen de individuele eigenaar worden buiten effect gesteld, maar hij blijft civielrechtelijk aansprakelijk voor zijn aandeel in de bestuursdwangkosten.