ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9029
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verkrijging strook grond door bevrijdende verjaring
In deze zaak vorderen eisers dat zij eigenaar worden van een strook grond naast hun perceel door bevrijdende verjaring. De grondstrook ligt tussen de kadastrale erfgrens en een coniferenhaag die al 20 jaar op die plek staat. De rechtbank stelt vast dat de erfgrens in 1989 is vastgesteld en dat de verjaringstermijn van 20 jaar voor de opeising van de grond nog niet is voltooid, mede omdat een brief uit 2008 de verjaring heeft gestuit.
Eisers baseren hun vordering op artikel 3:105 en Pro 3:306 BW en stellen dat zij en hun rechtsvoorgangers de strook onafgebroken in bezit hebben gehad. De rechtbank oordeelt echter dat onvoldoende bewijs is geleverd dat het bezit onafgebroken was vanaf 1989. Verklaringen van getuigen geven geen duidelijkheid over het bezit gedurende de vereiste periode.
Gedaagde voert aan dat de coniferenhaag nooit als erfafscheiding heeft gediend en dat de strook grond niet in bezit is geweest door eisers of hun rechtsvoorgangers. Ook stelt gedaagde dat de kadastrale grens leidend is en dat de verjaringstermijn nog niet is verstreken.
De rechtbank volgt het verweer van gedaagde en wijst zowel de primaire vordering tot verkrijging door verjaring als de subsidiaire vordering tot vaststelling van de erfgrens af. Eisers worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eisers af omdat de verjaringstermijn van 20 jaar nog niet is verstreken en het bezit niet onafgebroken was.