ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9033
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over eigendom en verjaring van strook grond naast coniferenhaag
In deze civiele procedure staat centraal de vraag wie rechthebbende is van een circa anderhalve meter brede strook grond naast een coniferenhaag tussen twee percelen. De erfgrens werd in 1989 vastgesteld door het Kadaster in het kader van ruilverkaveling. Gedaagde is sinds 1998 eigenaar van het perceel aan de ene zijde, terwijl eisers sinds 2006 eigenaar zijn van het aangrenzende perceel.
Eisers stelden eigenaar te zijn geworden van de strook grond door bevrijdende verjaring, omdat de coniferenhaag al twintig jaar op die plek staat en de strook door hen en hun rechtsvoorgangers in bezit zou zijn geweest. Gedaagde betwist dit en wijst op een brief uit 2008 die de verjaring zou hebben gestuit en op het ontbreken van bezitsdaden door de rechtsvoorgangers van eisers.
De rechtbank oordeelt dat de erfgrens zoals vastgesteld in 1989 leidend is en dat de strook grond door eisers is gebruikt in strijd met deze grens. De termijn van twintig jaar voor bevrijdende verjaring is niet voltooid, mede omdat de brief van 2008 als stuiting geldt. Verklaringen van getuigen over het gebruik van de strook zijn onvoldoende om onafgebroken bezit aan te tonen. De vordering van gedaagde wordt dan ook toegewezen, waarbij eisers worden verboden verdere werken op de strook aan te brengen zonder toestemming en een gematigde dwangsom wordt opgelegd. De procedurekosten worden aan eisers opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat de strook grond eigendom is van gedaagde en wijst de vordering toe met een gematigde dwangsom.