ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9070
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.P. van Essen
- H. van Lokven-van der Meer
- M.C. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek benadeelde partij wegens ontbreken objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid
De benadeelde partij in een strafzaak verzocht om wraking van de rechter vanwege vermeende partijdigheid tijdens een zitting op 2 september 2009. De verzoeker stelde dat de rechter vijandig en onpartijdig had gehandeld, onder meer door het weigeren van inzage in processtukken, het onderbreken van de behandeling en het uiten van een voorkeur voor de verdachte.
De rechtbank oordeelde dat een benadeelde partij bevoegd is tot het indienen van een wrakingsverzoek, ondanks dat het Wetboek van Strafvordering dit niet expliciet vermeldt. De rechtbank benadrukte dat wraking dient ter bescherming van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter, die uit hoofde van zijn functie wordt vermoed.
Na beoordeling van het proces-verbaal en de gebeurtenissen tijdens de zitting concludeerde de rechtbank dat de irritatie tussen verzoeker en rechter voortkwam uit het feit dat verzoeker buiten de orde handelde door zelf de orde te willen bepalen. De rechter handelde binnen zijn bevoegdheid en er waren geen zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.
De rechtbank verwierp ook het verwijt van secundaire victimisering, aangezien het beoordelen van geloofwaardigheid tot de taak van de rechter behoort. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek van de benadeelde partij tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.