ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9178
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing vrijstelling aanleg ZoRo-busbaan nabij Rotterdam en Lansingerland
De zaak betreft twee procedures over vrijstellingen op grond van artikel 19 WRO Pro voor de aanleg van de ZoRo-busbaan, een hoogwaardige busverbinding tussen Zoetermeer en Rotterdam. Eiseres I en II stelden beroep in tegen besluiten van de gemeenten Rotterdam en Lansingerland die vrijstelling verleenden voor respectievelijk het Rotterdamse en Lansingerlandse deel van het tracé.
De rechtbank constateert dat de verklaring van geen bezwaar van Gedeputeerde Staten (GS) abusievelijk alleen voor het Rotterdamse deel was afgegeven, waardoor de vrijstelling voor het Lansingerlandse deel onrechtmatig was verleend. Deze vrijstelling wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat GS later alsnog de verklaring verstrekte.
De rechtbank beoordeelt de ruimtelijke onderbouwing als goed en constateert dat de aanleg van de busbaan niet in strijd is met het streekplan RR2020, de PKB/PMR 2006 of andere beleidskaders. Milieuonderzoeken tonen aan dat luchtkwaliteits- en geluidsnormen worden gerespecteerd en dat natuurwaarden, waaronder het ecologische verbindingsgebied de Vlinderstrik, niet significant worden aangetast.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van de RET en de realisatie van de busbaan zwaarder wegen dan de bezwaren van de eisers. De rechtbank wijst de beroepen van eiseres I af en bepaalt dat verweerder II het griffierecht aan eiseres II moet vergoeden. De vrijstelling voor het Rotterdamse deel blijft in stand.
Uitkomst: De vrijstelling voor het Lansingerlandse deel wordt vernietigd met behoud van rechtsgevolgen, de vrijstelling voor het Rotterdamse deel wordt bevestigd.