ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9255
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schorsing executoriaal derdenbeslag wegens ingediend verzoek schuldregeling
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend tot het instellen van een voorlopige voorziening en schorsing van een executoriaal derdenbeslag gelegd door GMAC. Zij stelt dat door beslaglegging haar inkomen zodanig daalt dat zij onvoldoende overhoudt voor haar levensonderhoud. Verzoekster heeft een schuldhulpverleningscontract met de gemeente, waarbij maandelijks een bedrag wordt gereserveerd voor haar schulden.
GMAC heeft zich niet verzet tegen het verzoek. De rechtbank weegt de belangen af en oordeelt dat verzoekster spoedeisend belang heeft en dat haar belangen zwaarder wegen dan die van GMAC, mede omdat de schuldeisers via de schuldhulpverlening worden betrokken en er geen extra financiële speelruimte is.
De rechtbank schorst het derdenbeslag voor de duur van drie maanden, zodat verzoekster in afwachting van de beslissing op haar verzoekschrift kan voorzien in haar levensonderhoud. Een beslissing op het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling volgt separaat.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven en het overige verzoek wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank schorst het executoriaal derdenbeslag voor drie maanden zodat verzoekster in afwachting van haar schuldregeling in haar levensonderhoud kan voorzien.