ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9321
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling flexibilisering frequentiegebruik 2,6 GHz en 3,5 GHz in Nationaal Frequentieplan
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van 3 december 2007 tot wijziging van het Nationaal Frequentieplan 2005, waarbij frequenties in de 2,6 GHz-band beschikbaar zijn gesteld voor mobiele communicatiediensten. Eiseres, houder van een vergunning voor de 3,5 GHz-band met een beperkende voorwaarde die mobiel gebruik verbiedt, betoogt dat de bestemming van de 3,5 GHz-band gelijktijdig met die van de 2,6 GHz-band had moeten worden verruimd om concurrentieverstoring te voorkomen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder niet verplicht was om de bestemming van de 3,5 GHz-band gelijktijdig met de 2,6 GHz-band te flexibiliseren. Europese regelgeving laat beleidsvrijheid toe en het bestreden besluit is niet in strijd met Europese richtlijnen of de beginselen van behoorlijk bestuur. De rechtbank constateert geen schending van het vertrouwensbeginsel of het motiveringsbeginsel.
Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard, terwijl het beroep van eiseressen 2 en 3 niet-ontvankelijk wordt verklaard wegens het ontbreken van zienswijzen en daarmee het ontbreken van een rechtstreeks belang. De rechtbank ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het beroep van eiseressen 2 en 3 niet-ontvankelijk.