ECLI:NL:RBROT:2009:BK3273
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Zelm van Eldik
- Rechtspraak.nl
Begroting en vergoeding van proceskosten in Panamese procedure volgens Panamees recht
In deze civiele zaak oordeelt de rechtbank Rotterdam over de vergoeding van kosten die eiseressen hebben gemaakt in een procedure die in Panama is gevoerd. De kosten worden beoordeeld aan de hand van art. 430 van Pro de Panamese Code of Maritime Procedure (CMP) en moeten volgens de regels van Panama worden vastgesteld.
Eiseressen hadden een kostenbegroting ingediend van ruim USD 82.000, waarvan een deel door de Panamese rechter was vastgesteld op circa USD 8.931. Na bezwaar werd dit bedrag bij een latere court order verhoogd met USD 34.380,96 voor kosten van een bankgarantie, wat de totale toegewezen kosten op USD 43.312,06 bracht. De rechtbank Rotterdam neemt deze bedragen als bovengrens en laat kosten die niet in Panama zijn toegewezen buiten beschouwing.
De rechtbank beoordeelt de verschillende posten, waaronder declaraties van advocatenkantoor 1, kosten van Castor Kapital-Finanzanlagenvermittlungs GmbH & Co en valutaverlies bij de bankgarantie. De kosten voor schikkingspogingen worden in mindering gebracht. De rechtbank acht aannemelijk dat de gemaakte afspraken en kosten daadwerkelijk zijn gemaakt en toewijsbaar zijn.
De slotsom is dat gedaagde veroordeeld wordt tot betaling van USD 41.804,22, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de respectievelijke data van de Panamese court orders. Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld in de proceskosten van de procedure in Nederland. Verrekening met een door gedaagde gestorte cautie wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van USD 41.804,22 aan eiseressen, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.