ECLI:NL:RBROT:2009:BK3282
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Revindicatie tweedehands auto met Duits eigendomsvoorbehoud en Nederlandse verkrijging te goeder trouw
De zaak betreft een revindicatie van een tweedehands Audi A6 die door eiseres aan een derde was verkocht onder eigendomsvoorbehoud volgens Duits recht. De auto werd vervolgens door die derde aan gedaagde verkocht, die de auto in Nederland invoerde en op naam van zijn broer zette.
De rechtbank stelt vast dat het eigendomsvoorbehoud onder Duits recht goederenrechtelijke werking heeft, waardoor eiseres eigenaar bleef. De levering van de auto door de derde aan gedaagde en de vraag of gedaagde te goeder trouw was, worden beoordeeld naar Nederlands recht. Gedaagde heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht door de Duitse kentekenpapieren te controleren.
Eiseres heeft voorshands bewezen dat gedaagde niet te goeder trouw was, onder meer vanwege een aanzienlijk lagere koopprijs dan de marktwaarde, wijziging van de koopprijs in de overeenkomst, en het feit dat de auto op naam van zijn broer werd gezet. Gedaagde krijgt gelegenheid tegenbewijs te leveren. De vorderingen van gedaagde in reconventie worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van immateriële en juridische kosten af en houdt de beslissing over de schade door beslag aan. Het vonnis is gewezen door mr. N. Doorduijn.
Uitkomst: Voorshands bewezen dat gedaagde niet te goeder trouw was; gedaagde krijgt gelegenheid tot tegenbewijs; overige beslissingen aangehouden.