ECLI:NL:RBROT:2009:BK3399
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opzegging erfpachtrechten Havenbedrijf Rotterdam niet rechtsgeldig wegens ontbreken ernstig tekortschieten
De zaak betreft de opzegging door het Havenbedrijf Rotterdam van de erfpachtrechten van Recobel B.V. op twee percelen grond, waarvan het geschil zich vooral richt op het grotere en bebouwde perceel 1. Het Havenbedrijf stelde dat Recobel het terrein langer dan twee jaar ongebruikt had gelaten en geen concreet plan had gepresenteerd om dit structureel op te lossen, wat volgens het Havenbedrijf een ernstige tekortkoming in de nakoming van verplichtingen opleverde.
De rechtbank stelde vast dat op grond van artikel 5:87 lid 2 BW Pro een opzegging wegens tekortschieten slechts mogelijk is bij een ernstige tekortkoming. Hoewel Recobel het perceel langer dan twee jaar ongebruikt had, kwalificeerde de rechtbank dit niet als een ernstige tekortkoming. Ook het gebruik van het terrein voor opslag door een gelieerde onderneming werd als handels- en industriële doeleinden aangemerkt. De kraaksituatie werd niet als tekortkoming aangemerkt omdat Recobel medewerking verleende aan de oplossing.
Ten aanzien van perceel 2 oordeelde de rechtbank eveneens dat het terrein schoon en omheind was en dat het ontbreken van een concreet plan geen zelfstandige opzeggingsgrond vormde. Het Havenbedrijf had onvoldoende gemotiveerd betwist dat het terrein in gebruik was. De rechtbank concludeerde dat de opzeggingen niet het beoogde rechtsgevolg hadden en dat het Havenbedrijf onrechtmatig had gehandeld door de opzegging uit te spreken zonder dat voldaan was aan de wettelijke vereisten.
Het Havenbedrijf werd veroordeeld tot schadevergoeding, welke opgemaakt moet worden bij staat, en in de proceskosten. Tevens werd verklaard dat het Havenbedrijf toestemming tot verhuur van de percelen slechts op redelijke gronden mag weigeren, waarmee de rechten van Recobel als erfpachter worden beschermd.
Uitkomst: De opzegging van de erfpachtrechten is niet rechtsgeldig verklaard en het Havenbedrijf is veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.