ECLI:NL:RBROT:2009:BK3452
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing Wet Consumentenkrediet op rekening-courant met creditcard en matiging rente
In deze civiele zaak tussen Rabobank en een rekeninghouder staat de vraag centraal of de Wet op het Consumentenkrediet (WCK) van toepassing is op een rekening-courantverhouding waaraan een creditcard is gekoppeld. De rekeninghouder had een debetstand die opliep tot €6.462,95, welke door Rabobank werd opgeëist inclusief rente en buitengerechtelijke kosten.
De rechtbank stelt vast dat de WCK van toepassing is omdat de roodstand langer dan drie maanden heeft geduurd en de bank onvoldoende actie heeft ondernomen om dit te voorkomen. Rabobank heeft wel aanmaningen gestuurd en de schuld gemeld bij het Bureau Krediet Registratie, maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij na oktober 2003 tot september 2008 adequaat heeft geprobeerd te incasseren.
De rechtbank wijst de hoofdsom van €6.462,95 toe en erkent de overeengekomen rente van 15%, maar matigt de gevorderde rente tot de dag van dagvaarding omdat de bank circa vijf jaar heeft laten verstrijken zonder inzicht te geven in incassoacties. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen vanwege het verbod op dergelijke kosten onder de WCK. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Rekeninghouder veroordeeld tot betaling hoofdsom en rente vanaf dagvaarding, buitengerechtelijke kosten afgewezen.