ECLI:NL:RBROT:2009:BK3925
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering naleving non-concurrentiebeding wegens onduidelijkheid en niet-toepasselijkheid
Eneco vordert in kort geding dat de ex-werknemer wordt verboden activiteiten te verrichten die in strijd zijn met het tussen partijen overeengekomen non-concurrentiebeding. De werknemer stelt dat het beding onduidelijk is doordat het verwijst naar niet-bestaande artikelen in de arbeidsovereenkomst, waardoor onduidelijkheid en onzekerheid ontstaan over de reikwijdte van het beding.
De kantonrechter overweegt dat hoewel het beding verwijst naar artikelen die niet zijn overeengekomen, het voor partijen duidelijk is welke werkzaamheden de werknemer bij Eneco heeft verricht. Het beding beperkt zich tot werkzaamheden die vergelijkbaar zijn met die laatstelijk verricht bij Eneco. De nieuwe onderneming van de werknemer richt zich op het adviseren van klanten over energieleveranciers en het vormen van collectieven, wat niet vergelijkbaar is met zijn eerdere functie als verkoper van energiecontracten.
Daarom oordeelt de kantonrechter dat de voorgenomen werkzaamheden niet onder het non-concurrentiebeding vallen. De vordering van Eneco wordt afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. van Die en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
Uitkomst: De vordering tot naleving van het non-concurrentiebeding wordt afgewezen wegens onduidelijkheid en niet-toepasselijkheid op de nieuwe werkzaamheden.