ECLI:NL:RBROT:2009:BK4498
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot vernietiging arbitraal vonnis GIW afgewezen wegens ontbreken van vernietigingsgronden
Tussen PWS Projecten B.V., Koudijs Bouw B.V. en [gedaagde sub 1] ontstond een geschil over gebreken aan een appartement dat onderdeel was van een bouwproject. Het geschil werd voorgelegd aan arbitrage conform de Garantie-en Waarborgregeling van het GIW. Het arbitraal vonnis wees klachten deels toe en wees andere af.
PWS vorderde vernietiging van het arbitraal vonnis op grond van vermeende onregelmatigheden in de samenstelling van het scheidsgerecht, schending van het toepasselijke arbitragereglement, onjuiste samenvoeging van procedures, schending van het hoor en wederhoor-beginsel en ondeugdelijke motivering.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van één arbitrageprocedure waarop het GIW Reglement 2005 van toepassing was. De benoeming van de arbiter was niet onregelmatig in die zin dat vernietiging rechtvaardigt. De samenvoeging van procedures was geen voeging in juridische zin maar voortzetting van één procedure. Het scheidsgerecht had de juiste beslissingsmaatstaf toegepast. Hoewel niet alle processtukken aan PWS waren toegezonden, was PWS hiervan op de hoogte en had zij de mogelijkheid tot verweer. De motivering van het arbitraal vonnis was weliswaar inconsequent maar niet ondeugdelijk. Vernietiging van het arbitraal vonnis werd daarom afgewezen en PWS werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vernietiging van het arbitraal vonnis af en veroordeelt PWS in de proceskosten.