ECLI:NL:RBROT:2009:BK4787
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsuitkering wegens medische noodsituatie en strijd met artikel 8 EVRM
Verzoeker, een vreemdeling met rechtmatig verblijf op grond van een lopende vreemdelingenprocedure, diende een aanvraag in voor bijstand die werd afgewezen omdat hij niet als Nederlander of gelijkgesteld werd beschouwd volgens artikel 11 WWB Pro. Verzoeker maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze afwijzing. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om een voorlopige voorziening.
De rechtbank constateerde dat verzoeker zich in een acute medische noodsituatie bevindt, onderbouwd met medische rapporten die ernstige fysieke en psychische klachten aantonen. Gelet op jurisprudentie van het EHRM en de Centrale Raad van Beroep, achtte de voorzieningenrechter het aannemelijk dat de weigering van bijstand een schending vormt van het recht op privé- en gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat artikel 16, tweede lid, WWB, dat de bijstand aan vreemdelingen beperkt, in dit geval niet van toepassing kan zijn vanwege strijd met artikel 8 EVRM Pro. Daarom werd het bestreden besluit geschorst en werd verweerder verplicht voorschotten te verstrekken vanaf 29 oktober 2009. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan verzoeker toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoeker ontvangt voorschotten op bijstand vanwege zijn acute medische noodsituatie en strijd met artikel 8 EVRM.