ECLI:NL:RBROT:2009:BK6029
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.F. Lubberink
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor kaakfracturen door stomp en trap in gezicht
Eiser moest bewijzen dat zijn kaakfracturen direct het gevolg waren van een stomp en/of trap in het gezicht door gedaagde. Hij bracht drie getuigen in, evenals gedaagde, en er werd ook een strafvonnis van de kinderrechter overgelegd waarin gedaagde werd veroordeeld voor het stompen en schoppen van eiser.
De rechtbank achtte bewezen dat gedaagde eiser in het gezicht heeft geslagen en geschopt toen deze op de grond lag. De verklaring van eiser als partijgetuige werd ondersteund door andere getuigen, waardoor deze meewerkte tot bewijs. De kaakfracturen werden met redelijke zekerheid toegeschreven aan de trap van gedaagde.
De materiële schadevordering van eiser werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en bewijs. Wel werd een immateriële schadevergoeding van €3.000 toegekend vanwege het lichamelijk letsel en de psychische gevolgen waarvoor eiser professionele hulp zocht.
De vordering in vrijwaring werd afgewezen omdat gedaagde rechtstreeks aansprakelijk was op grond van artikel 6:162 BW Pro. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de immateriële schadevergoeding en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde is aansprakelijk voor de kaakfracturen en moet €3.000 immateriële schadevergoeding betalen.