ECLI:NL:RBROT:2009:BK7190
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van den Hurk
- Van der Groen
- Van der Stroom
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel en witwassen
De rechtbank Rotterdam behandelde op 4 december 2009 de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor medeplegen van witwassen, opzetheling en overtreding van de Opiumwet.
De vordering was gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en betrof opbrengsten uit money transfers die verband hielden met de verkoop van cocaïne. De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder schending van het gelijkheidsbeginsel, proportionaliteitsbeginsel, motiveringsbeginsel en bewijsuitsluiting, maar deze werden door de rechtbank verworpen.
De rechtbank stelde vast dat de veroordeelde in de periode van 13 oktober 2000 tot en met 13 december 2001 betrokken was bij het witwassen van gelden afkomstig uit drugshandel en dat het wederrechtelijk verkregen voordeel werd geschat op €208.662,59. Hierbij werden ontvangen en verzonden money transfers, alsmede commissies per transactie, in aanmerking genomen, met aftrek van een vergoeding voor transactiekosten.
De rechtbank legde de veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen en oordeelde dat er geen aanwijzingen waren dat de veroordeelde niet in staat zou zijn dit bedrag te voldoen.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €208.662,59 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de staat.