ECLI:NL:RBROT:2009:BK8578
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing gebiedsontzegging centrum Rotterdam tijdens jaarwisseling wegens onvoldoende onderbouwing
Verzoeker kreeg een gebiedsontzegging opgelegd voor het centrum van Rotterdam gedurende enkele uren rond de jaarwisseling van 2009 naar 2010. De burgemeester beriep zich op artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet en artikel 2.10.1 van de APV als wettelijke grondslag voor het besluit.
Verzoeker betwistte het besluit en vroeg schorsing. De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester onvoldoende had aangetoond dat er een ernstige vrees bestond dat verzoeker de openbare orde zou verstoren. De onderbouwing was vooral gebaseerd op de verdachte status van verzoeker bij de strandrellen in Hoek van Holland in augustus 2009, maar er was geen bewijs dat verzoeker fysiek geweld had gepleegd of zich dreigend had gedragen.
Verder bleek verzoeker een blanco strafblad te hebben, afgezien van een bekeuring voor rijden zonder brommerrijbewijs, en was niet vastgesteld dat hij tot een groep hooligans behoorde. De burgemeester kon bovendien op grond van de APV geen gebiedsontzegging opleggen voor het centrumgebied van Rotterdam.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het besluit waarschijnlijk niet stand zou houden in bezwaar en schorste het besluit. Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het gebiedsontzeggingbesluit is geschorst wegens onvoldoende onderbouwing van ernstige vrees voor ordeverstoring door verzoeker.