ECLI:NL:RBROT:2009:BK9781
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-nakoming inlichtingenplicht
Eiser ontving sinds 1997 een bijstandsuitkering en heeft over april 2008 geen rechtmatigheidsformulier ingediend. Verweerder trok op 24 juli 2008 de uitkering met ingang van 1 april 2008 in en vorderde de te veel ontvangen bijstand terug. Eiser stelde dat hij het besluit niet tijdig had ontvangen en dat het beroep daarom niet te laat was. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het besluit op de gestempelde datum was verzonden, waardoor de beroepstermijn pas op 6 januari 2009 begon, toen het besluit aan de gemachtigde van eiser werd verstrekt. Het beroep was dus tijdig ingediend.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat eiser niet had voldaan aan zijn medewerkingsplicht door het rechtmatigheidsformulier niet in te leveren, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Verweerder was bevoegd de uitkering in te trekken en de kosten terug te vorderen. De rechtbank vond geen reden om het beleid van verweerder inzake intrekking en terugvordering onredelijk te achten. Het beroep werd ongegrond verklaard.
De rechtbank wees ook op het ontbreken van voldoende waarborgen in het gebruikte registratiesysteem ‘Octupus Awb’ om te concluderen dat het besluit daadwerkelijk op de gestempelde datum was verzonden. Eiser was niet verschenen bij de zitting. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en is openbaar.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.