ECLI:NL:RBROT:2009:BL0312
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting terugbetaling leningen en kosten in samenwerkingsovereenkomst groentenhandel Ethiopië-Nederland
EFP en gedaagde sloten een samenwerkingsovereenkomst waarbij EFP een oogstkrediet van €66.000 en later €16.000 aan gedaagde betaalde voor de financiering van kasruimte en teelt van groenten in Ethiopië. Gedaagde zou de groenten telen en EFP zou deze in Nederland verkopen, waarbij EFP commissie ontving en de terugbetaling van het oogstkrediet via inhoudingen op de omzet zou plaatsvinden.
De opbrengsten vielen tegen en het samenwerkingsverband werd beëindigd. EFP vorderde terugbetaling van de geleende bedragen en gemaakte kosten, terwijl gedaagde stelde dat er sprake was van een maatschap en geen terugbetalingsverplichting bestond. De rechtbank oordeelde dat de betalingen leningen waren, gezien de correspondentie en verrekeningen, en dat gedaagde onvoldoende had gemotiveerd dat sprake was van een maatschap.
Verder oordeelde de rechtbank dat gedaagde gehouden was de gemaakte kosten, ook die verband hielden met verliesgevende zendingen, terug te betalen. Het beroep van gedaagde op tekortkoming van EFP in de verkoopverplichting faalde. De vordering tot wettelijke handelsrente werd afgewezen omdat geen sprake was van een handelstransactie met factuur, maar wettelijke rente conform artikel 6:119 BW Pro werd toegewezen vanaf 15 oktober 2008.
De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende specificatie. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van €63.794,66 plus wettelijke rente en proceskosten. De voorwaardelijke reconventie werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €63.794,66 plus wettelijke rente en proceskosten.