ECLI:NL:RBROT:2009:BL0321
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingen aan advocaat na faillissementsaanvraag en de toepassing van artikel 47 Faillissementswet
Deze civiele zaak betreft de terugvordering van betalingen aan een advocaat die juridische diensten verleende aan een bedrijf waarvan het faillissement was aangevraagd. De curator vordert op grond van artikel 47 Faillissementswet Pro terugbetaling van betalingen die zijn gedaan nadat de advocaat op de hoogte was van de faillissementsaanvraag.
De rechtbank bevestigt dat betalingen na kennis van de faillissementsaanvraag in beginsel paulianeus vernietigbaar zijn, tenzij het gaat om werkzaamheden die direct verband houden met de faillissementsaanvraag en een mogelijke doorstart. De advocaat mocht zich een voorschot laten betalen voor deze faillissementsgerelateerde werkzaamheden, maar niet voor werkzaamheden die vóór de aanvraag waren verricht.
De rechtbank weegt mee dat de advocaat als crediteur dezelfde risico’s liep als andere ongesecureerde crediteuren en geen voorkeurspositie mag innemen. De bewijslevering toonde aan dat werkzaamheden in de periode tussen de aanvraag en het faillissement faillissementsgerelateerd waren, terwijl eerdere werkzaamheden dat niet waren. De vorderingen van de curator worden deels toegewezen, waarbij de advocaat en een mede-gedaagde worden veroordeeld tot betaling van een bedrag aan de curator, vermeerderd met wettelijke rente.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de advocaat en mede-gedaagde tot terugbetaling van onrechtmatige betalingen aan de curator, vermeerderd met wettelijke rente.