ECLI:NL:RBROT:2009:BL1430
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Finata Bank wegens verjaring krediet- en geldleningsovereenkomst
Finata Bank vordert betaling van openstaande bedragen uit hoofde van een kredietovereenkomst en een geldleningsovereenkomst met [gedaagde], die onder valse naam en met vervalste documenten zijn gesloten. Finata Bank stelt dat zij de overeenkomsten heeft opgezegd en de vorderingen ineens opeisbaar heeft gesteld, maar dat de betaling uitblijft.
[gedaagde] voert verweer dat de dagvaarding rauwelijks is, de vorderingen verjaard zijn en dat de overeenkomsten niet opeisbaar zijn vanwege faillissement. De rechtbank oordeelt dat rauwelijks dagvaarden niet leidt tot niet-ontvankelijkheid en dat de vorderingen verjaard zijn omdat Finata Bank onvoldoende heeft aangetoond dat de verjaring tijdig is gestuit.
De rechtbank overweegt dat de brief van 30 december 2004 geen ondubbelzinnige stuiting van verjaring inhoudt en dat Finata Bank de stuitingsbrieven met betrekking tot de geldlening niet heeft overgelegd, waardoor de vorderingen verjaard zijn. Het verweer dat de geldlening niet opeisbaar zou zijn door faillissement faalt omdat de geldlening na faillissement is gesloten en buiten de boedel valt.
De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt Finata Bank in de proceskosten, met uitzondering van kosten voor het opheffen van conservatoir beslag, omdat deze niet zijn gevorderd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Finata Bank af wegens verjaring en veroordeelt Finata Bank in de proceskosten.