ECLI:NL:RBROT:2009:BL1465
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod op opschorting levering gas en elektriciteit wegens gezondheidsrisico's en onduidelijkheid vordering
In deze kortgedingprocedure vordert eiser dat Eneco wordt verboden de levering van gas en elektriciteit aan zijn woning te staken vanwege een betwiste openstaande vordering. Eneco stelt een opschortingsrecht te hebben op grond van haar algemene voorwaarden en artikel 6:52 BW Pro, terwijl eiser de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden betwist en stelt dat Eneco onzorgvuldig handelt door niet eerst het geschil aan de rechter voor te leggen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de algemene voorwaarden van Eneco niet van toepassing zijn omdat deze pas in 2006 zijn vastgesteld, terwijl het contract uit 1992 dateert. Er is onvoldoende bewijs dat de voorwaarden destijds aan eiser zijn overhandigd of dat hij ermee bekend was. Ook is onduidelijk of de contracten voor andere adressen op naam van eiser stonden.
Voorshands is niet vast te stellen wie gelijk heeft over de vordering wegens onregelmatigheden bij energielevering. Er is een positief saldo ten gunste van eiser na verrekening. Gelet op de gezondheidsrisico's van eiser, die lijdt aan leveraandoening en suikerziekte, en de ministeriële regeling die terughoudendheid voorschrijft bij opschorting in de wintermaanden, wordt het opschortingsvoornemen van Eneco als onaanvaardbaar beoordeeld.
De rechtbank verbiedt Eneco daarom de levering te staken tot 1 april 2010 of totdat een executoriaal vonnis anders bepaalt. Tevens wordt een dwangsom opgelegd bij overtreding. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden.
Uitkomst: Eneco is verboden de levering van gas en elektriciteit aan eiser te staken tot 1 april 2010 of totdat een executoriaal vonnis anders bepaalt.