ECLI:NL:RBROT:2009:BL2152
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. van den Heuvel
- E.A. Poppe - Gielesen
- J. van den Bos
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijk ontslag wegens zeer ernstig plichtsverzuim door paraaf op andermans proces-verbaal
Eiser, een politieambtenaar, is door verweerder de disciplinaire straf van voorwaardelijk ontslag opgelegd wegens zeer ernstig plichtsverzuim. Dit plichtsverzuim bestond uit het plaatsen van zijn eigen paraaf op de plek waar een afwezige collega had moeten ondertekenen in een ambtsedig proces-verbaal, waardoor de suggestie werd gewekt dat de collega akkoord was gegaan met de inhoud.
Eiser betwistte niet de toerekenbaarheid, maar stelde dat hij handelde onder hoge werkdruk en zonder de intentie om de inhoud anders voor te doen komen. De bezwaarschriftencommissie vond de opgelegde straf niet passend en adviseerde een lagere straf, maar verweerder handhaafde het voorwaardelijk ontslag.
De rechtbank oordeelde dat het plaatsen van de paraaf een ernstig plichtsverzuim is gelet op de bijzondere bewijskracht van een proces-verbaal en dat verweerder bevoegd was tot het opleggen van een disciplinaire maatregel. De strafmotivering in het bestreden besluit was echter onbegrijpelijk en werd vernietigd. De rechtbank accepteerde de nadere motivering die verweerder ter zitting gaf en liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand, waarbij eiser tevens werd gecompenseerd voor griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het voorwaardelijk ontslag blijven in stand.