ECLI:NL:RBROT:2009:BL3170
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op verkrijgende verjaring en verwijdering steiger en houten damwand
In deze zaak staat centraal de eigendom en het gebruik van een strook grond en talud nabij een recreatiewoningencomplex. Eiseres sub 1 is eigenaar van de grond en stelt dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door zonder toestemming een steiger, houten beschoeiing en een damwand aan te brengen. Gedaagde beroept zich op verkrijgende verjaring en opstalrecht.
De rechtbank oordeelt dat het beroep op verkrijgende verjaring faalt omdat er geen bezit te goeder trouw is geweest, mede vanwege de duidelijke kadastrale grenzen en kennis van gedaagde. Daarnaast is vastgesteld dat gedaagde sinds 1994 houder is van een gebruiksrecht van de strook en het talud, waardoor hij geen eigenaar is geworden door verjaring.
Ten aanzien van de steiger is vastgesteld dat er geen opstalrecht is verkregen door verjaring omdat de verjaringstermijn is gestuit door een brief en kort geding. De rechtbank veroordeelt gedaagde tot verwijdering van de steiger en herstel van de strook en het talud binnen zestig dagen.
Wat betreft de damwand oordeelt de rechtbank dat verwijdering van het stalen gedeelte misbruik van bevoegdheid oplevert vanwege het risico op verzakking van de woning. De houten beschoeiing dient echter verwijderd te worden omdat hiervoor geen zwaarwegend belang is aangetoond. De vorderingen tot vergoeding van kosten worden deels afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot verwijdering van steiger en houten damwand en herstel van strook en talud, terwijl het beroep op verkrijgende verjaring faalt.